Camino volbracht.

Door: jacquesenineke

Blijf op de hoogte en volg

16 September 2011 | Spanje, Santiago de Compostella

Blog, deel 6

Lieve mensen,
Na een paar heerlijke dagen in Santiago, vliegen we vanavond via Barcelona weer terug naar Nederland. Onderstaand het laatste deel van onze blog. Bedankt voor jullie medeleven en lieve reacties!

Hartelijke groet, Jacques en Ineke

Dinsdag 6 september, Burgos – Frómista (88 km)
Verdwaald
Om 7:00 uur worden alle ‘slaapkoppen’ in de pelgrimsherberg gewekt. Men wordt geacht om 8:00 uur vertrokken te zijn. Via het raam voel ik dat het kóud is buiten. Dus houd ik de beenwarmers maar aan.

De met gele pijlen aangegeven wandelroute brengt ons bij het verlaten van de stad in verwarring. De fietsroute kunnen we niet vinden en voor bewoners lijkt er maar één Camino te bestaan. Dan de weg zelf maar uitvinden. Vele kilometers verder, lang en breed uit de stad en hopeloos verdwaald, roepen we TomTom te hulp. “Over 50 meter rechtsaf slaan” zegt Tom bij een door tractors platgereden kiezelpad. We kunnen er nauwelijks op fietsen, zó grof zijn de kiezels. Toch heeft brave Tommy het bij het rechte eind en brengt hij ons veilig op de route.

Elf kilometertjes om. Niet zo erg, de route is vandaag niet bijzonder zwaar. Op een paar passerende auto’s na, hebben we de weg weer helemaal voor onszelf. We schieten dan ook lekker op.

Wat is het land groot en toch allemaal gecultiveerd voor zover ik kan zien. Wie doen dat toch? Het land is zo dun bevolkt. Het zal toch niet zo zijn dat men van heinde en ver met de auto komt om hier op een tractor te stappen?

M’n mening over de krotten moet ik bijstellen. Bouwen kunnen ze écht wel, de Spanjaarden. Inmiddels heb ik heel wat woonpaleisjes gezien en ook lieve kerkjes die helemaal niet volgepropt zijn. Bijna elke kerk heeft een ooievaarsnest op de toren, sommige zelfs meerdere. Krotten zijn er in elk dorp, maar er wordt ook ongelooflijk veel gerestaureerd. En dat met gebruikmaking van de oude (natuur)stenen en leien die we onderweg in de bergen zien. Het restaureren gaat alleen niet zo snel. Soms lijkt het water naar de zee dragen, zó erg zijn sommige dorpen er aan toe. Het zal wel een geldkwestie zijn. Veel gehuchtjes zijn nagenoeg ontvolkt doordat jongeren hun heil elders hebben gezocht. Het resultaat van de restauraties kán verbluffend zijn, maar even vaak lijkt het amateuristisch gebroddel met stenen die in golven gemetseld zijn. Of zouden die ooit nog onder een stuuklaag moeten verdwijnen? Ik weet het niet, maar ik heb in elk geval respect gekregen voor de manier waarop geprobeerd wordt de middeleeuwse huisjes voor teloorgang te behoeden. Weggooien kan altijd nog.

Tegen lunchtijd belanden we in een uiterst professioneel gerestaureerd dorpje, compleet met winkeltjes en terrasjes. En dat doet ineens weer heel gekunsteld aan. Er arriveren bussen met toeristen, die met een klein rugzakje een stukje van de Camino gaan wandelen. Na onze lunch in de drukte gaan we gauw de wijde wereld in. Nu realiseer ik me pas dat ik me de hele vakantie geen toerist voel, terwijl ik het natuurlijk evengoed ben.

Bij onze aankomst in Frómista zien we tot onze blijde verrassing Duitse Ralf en Beatrix op een terrasje zitten. Nadat Jacques en ik hele mooie kerken bezocht hebben, eten we ’s avonds met z’n vieren weer net zo gezellig als de vorige keer. En daarna voor ons even geen herberg; we gaan fijn van onze rust en vrijheid genieten in een hotelletje op het plein met uitzicht op de mooiste (gerestaureerde) kerk van het stadje.

Frómista, B&B Marisa, Plaza San Martin 3 (€ 15,- p.p. zonder ontbijt)

Woensdag 7 september, Fromiste - El Burgo Ranero (90 km)
Geen plaats in de herberg
We hoeven niet te klimmen op de uitgestrekte hoogvlakten. De vroegere wijnvelden zijn hier nauwelijks voor te stellen en al helemaal niet dat Spanje oorspronkelijk dicht bebost was.

Omdat het zo vlak is en nogal warm, houden we als experiment een soort siësta in het aardige stadje Sahagún. We gaan tussen de middag naar de supermarkt, picknicken uitgebreid op een bankje nabij de oude stadspoort en stappen aan het eind van de middag pas weer op de fiets. Helaas rijden we daarna 10 kilometer verkeerd (afslag gemist), waardoor we erg laat op onze eindbestemming zijn. Voor het eerst is er geen plaats in de herberg voor Jacques en Ien. Erg jammer, want dit héle leuke, authentieke dorpje is druk bezig zichzelf van de ondergang te redden door zich als pelgrimsdorp te profileren. De nieuw uit leem opgetrokken kleine pelgrimsherberg is daar onder andere het bewijs van. We vinden het jammer dat we hier niet kunnen blijven. Er heerst een gemoedelijke sfeer met al die pelgrims die aan het einde van de dag gezellig met elkaar genieten van een drankje en een hapje.

Het alternatief voor ons is een herberg 2 km verderop, aan de rand van het dorp, tegenover een treinstationnetje. Er gaat wel een weg naartoe, maar die is nogal moeilijk uit te leggen en daarom wordt ons een verkorte route gewezen. We moeten daarvoor wel over het spoor zien te komen, al is er bij het stationnetje geen spoorwegovergang. Het wordt een hele onderneming om onze zwaar bepakte fietsen over vier paar hoge spoorrails te tillen, maar dan hebben we ook wat: een eígen kamer (met stapelbed) voor slechts € 10,- p.p. ínclusief de reeds bereide maaltijd en een fles wijn. Dus eind goed, al goed. Om half acht zijn Jacques en Ien weer prima onder dak.

Een Deens meisje dat net vóór ons gearriveerd is vertelt dat ze vandaag 40 kilometer gelopen heeft. Ze liep deze keer meer dan anders om iemand van zich af te kunnen schudden die al dagen met haar meeloopt, maar haar veel energie kost. Ze ziet wel in dat het verstandiger is om te zeggen dat ze liever alleen loopt (al zou ze wel graag met iemand oplopen met wie het klikt).

El Burgo Ranero, een Albergue pal naast de spoorbaan :).

Donderdag 8 september, El Burgo Ranero – Villar de Mazarife (78 km)
Fietsen tussen de wandelaars
We kunnen het niet over ons hart verkrijgen om het dorpje El Burgo Ranero aan onze neus voorbij te laten gaan, nadat we er gisteravond al even aan geroken hebben. We fietsen terug om er te ontbijten en daar krijgen we geen spijt van. In deze streek worden veel huizen uit lemen ‘stenen’ opgetrokken. Zelfs het Jacobskerkje is uit leem opgetrokken. En natuurlijk heeft deze ook een ooievaarsnest, waarvan we er zoveel op kerken zien.

Voor het eerst worden we een stuk (8 km) over de wandelroute geleid. De fietsroute heeft geen geschikter alternatief. We kunnen niet erg doorrijden over het losse grind en onze fietsen raken ónder het stof.
Wandelaars gaan in grote getale over het roodachtige grindpad, sommigen in groepjes, velen solo. In het begin zeggen we de mensen in het voorbijgaan nog vriendelijk gedag, maar dat blijkt met zo’n stroom mensen niet vol te houden. Dan zouden we voortdurend moeten blijven wuiven. Zelfs Jacques ziet in dat dat een onbegonnen zaak is, alhoewel het hem als ‘mensenmens’ aan ’t hart gaat de rij zonder groet te passeren. Al lijken de wandelaars ons wel te velen, toch zien we in dat we behoorlijk tot overlast zijn. De mensen moet vaak voor ons opzij en schrikken zich soms een hoedje als ze ons niet aan hebben horen komen. Anderzijds is het voor ons een verrijkende ervaring om te zien hoe het er op een wandelpad aan toe gaat. We zijn opgelucht als we weer ‘ons eigen’ asfalt op kunnen. Terug op onze eigen Camino

Ik stel me voor hoe een wandelaar de Camino ervaart. Als ik stil sta op een plek waar niemand is, lijkt de uitgestrekte vlakte geheimzinig te zinderen. Wandelen moet heel anders zijn dan fietsen. Fietsend hoor je voortdurend je raderwerk en de wrijving van je banden op het wegdek. Per dag leg je een dermate grote afstand af, dat je vele dorpen doorkruist en variërende landschappen aan je voorbij ziet gaan. De dag is altijd vól indrukken en het uitzicht gaat nooit vervelen. Misschien dat een wandelaar juist door de langzame voortgang spirituele verdieping ervaart. Kan zijn. Ik voel me ‘gewoon’ een bevoorrechte vakantieganger. Dankbaar dat ik gezond van lijf en leden ben en samen met Jacques kan genieten van al het mooie en bijzondere dat op onze weg komt.

We kunnen kiezen of we dóór de drukke stad Léon gaan of onderlangs. De stad schijnt de moeite waard te zijn, dus we gaan er doorheen. De kathedraal is heus prachtig, maar het verkeer is akelig druk. We besluiten hier niet al te lang te blijven en zijn blij als we weer op het platteland zijn. Dat gaat niet zonder oponthoud. Het blijkt altijd weer moeilijk om vanuit een stad op de goede fietsroute te komen. TomTom laat ons hierbij gelukkig niet in de steek.

In onze eindbestemming, het alleraardigste gehuchtje Villar de Mazarife, staat een lief kerkje dat we willen bezoeken. Als we aan komen lopen staat een oud mannetje van z’n bankje op om ons er van alles over te gaan vertellen. We verstaan er flarden van en roepen quasi begrijpend “ah” en “si”. De man is apentrots als we hem op de camera de foto van ’zijn’ kerk laten zien. Hij lacht breeduit en stempelt vol overgave ons pelgrimspaspoort af.

Er zou in dit plaatsje een privémuseum over de Camino zijn, maar dat is een lokkertje. Een bejaarde man, die vroeger bij de telefoondienst werkzaam was, heeft een telefoonmuseum aangelegd. Ik heb niet veel met telefoons, maar het zelf gerestaureerde, middeleeuwse huisje is al een museum op zich: het binnenplaatsje met keitjes, het overhangende balkon met oude balken, de daarop uitgestalde bloempotten, de bochtige trappen naar boven en naar beneden. Er is zelfs een grot onder het huis, die dient als privébodega, compleet met wijnvat. Erg leuk! .
Het met zorg samengesteld levenswerk waar het eigenlijk om gaat, bevat alle soorten telefoontoestellen, chronologisch uitgestald vanaf de uitvinding ervan. Ook allerlei gereedschappen, aansluitingen en doppen van telefoonmasten hangen netjes op. Op zich zijn die onderdelen niet bijster interessant voor ons, maar ze zijn zó zorgvuldig tegen de verweerde muren gehangen, dat dát alleen al het bezichtigen waard is. De ingelijste oude foto’s illustreren hoe een en ander vroeger in z’n werk ging. Er zit veel werk in dit pivémuseum en de man leidt ons met liefde rond. Na donatie van onze vrijwillige bijdrage wenst de man ons een ‘buen camino’ uit de grond van z’n hart. Hij pakt onze armen vast, terwijl hij ons de hand schudt en zwaait ons uit totdat we de hoek om zijn.

We slapen tegenover het kerkje in een herberg op een kamertje met twee stapelbedden, samen met een aardig Duits echtpaar, iets ouder dan wij. In de slaapkamer is het wat krap met ons vieren. Je kunt er je kont niet keren, dus kleed ik me bóvenop het bed maar om. De gemeenschappelijke begane grond is sfeervol met een soort bruin café, annex eetruimte en een gezellige binnentuin.

Albergue Tio Pepe, Calle El Teso de la Iglesia, 2, Villar de Mazarife (€ 10,- p.p. incl. ontbijt)

Vrijdag 9 september Villar de Mazarife - El Ganso (56 km) (bijdrage Jacques)
Is dat even schrikken :).
Om 6.30u op. Een paar keer wakker geworden van het snurkende Duitse echtpaar. Als ik me aankleed, schrik ik. Waar is mijn rugzakje, met mijn beide portefeuilles (risicospreiding), paspoort en pelgrimspas die ik mee naar bed had genomen?
Heb ik het in het restaurant laten staan? Of bij de fietsen toen ik de bidons er af heb gehaald?
Het ergst vind ik dat ik mijn pelgrimspaspoort kwijt zou zijn met mijn bij elkaar gefietste stempeltjes.
Ik vraag het mijn benedenbuurman en gelukkig vindt hij hem in zijn bed. Blijkbaar is de rugzak ’s nachts van mijn bed gegleden en bij hem in bed beland :).
Lolli, de waardin, serveert een heerlijk ontbijtje stappen we (letterlijk) op.

Zo’n lange-afstand-fietstocht doet me af en toe denken aan een werkdag.
Om half zeven op. Ontbijten, zorgen dat we half negen op de fiets zitten. Na ca. 20 km eerste kopje koffie, na ca. 40 km recht op een lunch en proberen rond vijf uur, na ca. 80 km, op bestemming te zijn.
Het plezierige is dat Ineke en ik even groot en fysiek ongeveer even sterk zijn. We hoeven nauwelijks op elkaar te wachten. De eerste dag hebben we nog een afspraak gemaakt dat we om beurten zouden bepalen wanneer er gegeten zou worden en toe hoever we zouden fietsen.
De derde dag hebben we dit al losgelaten en regelt zich dit van zelf :).

Morgen moeten we flink klimmen. Als we door de stad Astorga rijden, maken we van de gelegenheid gebruik een fietsenzaak op te zoeken. Die is gelukkig open. Ineke maakt zich enige zorgen over onze remmen (achter heb ik vervangen), we willen onze banden op druk brengen en mijn versnellingen laten nakijken voor het grote werk. Mijn zwaarste verzet slipt door als ik er kracht op zet. De fietsenmaker constateert wat speling in de ketting. Die zou vernieuwd kunnen worden samen met de achtertandwielen. Dat vind ik een te grote operatie , die me misschien van de wal in de sloot helpt. Liever thuis laten vervangen met Koga-materialen dan een onbekend Spaans merk. Dan zo maar laten. De lichte versnellingen doen het nog goed genoeg en die zijn bij het klimmen het belangrijkste.
We schaffen wel een fietspomp aan met drukmeter, die geschikt is voor Franse ventielen.
De juiste bandenspanning is belangrijk en fietsenmakers zijn hier dun gezaaid.
In Astorga bezoeken we het “museo de los caminos” in het voormalige bisschoppelijke paleis naast de kathedraal en ontworpen door de wereldberoemde Spaanse architect: Antoni Gaudi (1852-1926). Het gebouw zelf met zijn fraaie, gebrandschilderde ramen is interessanter dan het museum.

Onderweg ontmoeten we een Belgisch echtpaar van een jaar of 40 op een tandem met een aanhangkarretje. Hij heet Guido en zijn vrouw Christiane zit achter en is bijna blind. Ook het hondje is mee en zit in een mandje op de bagagedrager. Als ik vraag hoe hard hij maximaal een berg af is gegaan is dat 85 km/uur!! Die durft. Hij is zelf wel een geoefend fietser en heeft o.a. aan de Amstel Gold race meegedaan.

Om een uur of vier zijn we in het kleine plaatsje El Ganso en melden we ons de auberge, die de Belgische mevrouw getipt had.
De auberge is nieuw met een fraaie binnentuin. We kiezen een stapelbed uit in de hoek van de ruime slaapzaal.
Terwijl Ineke in de tuin gaat bloggen, ga ik het dorpje verkennen (ongeveer 20 huizen) en trakteer mezelf op een biertje in een smoelig kroegje.
’s Avonds gaan we weer voor een driegangen pelgrimsmenu in het enige restaurant, waar we een interessant gesprek hebben met een Italiaanse jongen.
Voldaan kruipen we om een uur of tien in ons bedje.

Auberge in El Ganso (€ 8,- p.p. incl. ontbijt)

Zaterdag 10 september El Ganso – Villafranca (68 km) (weer verder door Ien)
Hét kruis
Vandaag zal Jacques symbolisch een ‘last’ afleggen in de vorm van het achterlaten van een steen bij ‘Cruz de Ferro’, een klein ijzeren kruis op het hoogste deel (1500 m) van de Camino. ‘Cruz de Ferro’ is een eeuwenoud monument op een markant punt van de route, als bemoedigend teken voor de pelgrims dat zij Santiago zullen halen.

De weg klimt gestaag voort naar Foncebadón waar het kruis staat. In de winter heersen slechts sneeuw en ijzige kou op deze hoogte. De weg is over het algemeen wat steiler dan in de Pyreneeën, maar de hellingen zijn korter. Het is zwaar, maar onze benen protesteren niet. We kunnen het goed aan. Het is ook maar net waar je je op instelt.

De bosjes worden lager, de planten schraler en uiteindelijk zien we het kruis, een simpel klein kruisje op een kale boomstam met een grote berg stenen er omheen. We zijn niet de enigen die hier arriveren. Behalve Caminogangers stappen ook toeristen met rugzakjes uit touringcars en gaan van daar uit een kortere wandeling maken.

Jacques legt de van huis meegebrachte steen onder aan het kruis op de berg, die ontstaan is doordat talloze voorgangers hetzelfde gebaar gemaakt hebben. Als ik vraag wat de ‘last’ is die hij symbolisch heeft afgelegd, zegt hij dat het de onvrede over z’n naam is. Z’n hele leven heeft hij mensen uit moeten leggen hoe z’n naam geschreven wordt. Tijdens deze reis heeft hij zo vaak z’n naam zien staan (in Frankrijk zeggen ze St. Jacques de Compostelle in plaats van Santiago de Compostela), dat hij voor de rest van z’n leven z’n Franse naam niet meer als een last wil ervaren.

Na het ritueel boven op de berg volgt een steile afdaling. Helaas is het wegdek voor het eerst hobbelig met kuilen, barsten en plakkaten, zodat we voortdurend op onze hoede moeten zijn en bij moeten remmen. In het boekje was al voor de onregelmatigheden in het wegdek gewaarschuwd. Toch genieten we met volle teugen van de lange, bochtige afdaling met bijbehorende spectaculaire uitzichten. We zijn écht in de bergen nu, wauw! Best knap dat we op eigen kracht en met bepakte fietsen zo hoog gekomen zijn. Ik zou haast willen beweren dat ik tóch een echte pelgrim ben.

Als we halverwege de afdaling koffie drinken in een klein dorpje, voelt het alsof we in een wintersportplaats zijn. Het is de sfeer dat het bergdorpje uitstraalt, want het is dik boven de twintig graden. En wie passeren ons daar? De drie Belgische dames! Ze hebben het aanhangertje van Belgische Guido en Christiane bij zich, omdat die met al hun bagage wat ál te snel de berg af zouden gaan. De Belgische dames zelf dragen weinig gewicht, omdat hun bagage vervoerd wordt door de man van Else, die met de camper van camping naar camping met hen meereist.

Bijna 1000 meter lager, bereiken we de middeleeuwse stad Villafranca. Niet in één afdaling, maar met ups en downs, zodat onze spieren geen kans krijgen lui te worden. We zijn er wel bijna, maar nog niet helemaal.

In een pelgrimsherberg kunnen we een eenvoudige privékamer krijgen. Eén zonder poespas, maar wel met normaal 2-p bed. Hiep hoi, dan zullen we niet voor dag en dauw door anderen gewekt worden! En dus hoeven we ook niet zo ijselijk vroeg naar bed en kunnen we vanavond met een gerust hart een terrasje pikken. We ontmoeten daar één van de weinige Nederlanders op onze hele reis, de spontane Carolien, die aan een tafeltje naast ons zit. Ze spreekt ons aan omdat ze ons Nederlands hoort praten. Al pratend schuiven we maar bij haar aan en eten met z’n drieën. Carolien wandelt een deel van de route en heeft wegens tijdgebrek al twee keer een trein genomen. Daar heeft ze achteraf spijt van, omdat ze daardoor haar wandelmaatjes kwijt is en als het ware opnieuw moet beginnen met contacten leggen. Ooit wil ze de hele Camino gaan lopen.

Aubergue de la Piedra, Espiritu Santo 14, Villafranca del Bierzo (€ 12,- p.p. incl. ontbijt).

Zondag 11 september Villafranca – Triacastela (52 km)
Met ons hoofd in de wolken
We zijn gisteren dan wel fijn afgedaald, maar dat zal ons straks bezuren. We moeten weer helemaal omhoog naar ruim 1300 meter. Een klim, die langs de hele route berucht is! Ik durf haast de hellingspercentages in het routeboekje niet te lezen. Die zien er op het eerste gezicht behoorlijk griezelig uit. We zullen het maar gewoon over ons heen laten komen.

Aanvankelijk begint het klimmen rustig en hoop ik dat het vandaag toch nog mee gaat vallen, maar dat geloof ik natuurlijk zelf niet. De hellingen worden steeds gemener. Collega fietsers op mountain bikes (drie stellen: man en vrouw), krijgen er blijkbaar ook moeite mee, al zijn hun fietsen veel minder zwaar bepakt. Ze gaan óf lopen óf uitrusten langs de kant. En ook wij moeten af en toe even uitblazen. De spieren trekken het wel, maar de longen raken net iets te vroeg leeg. Eerlijkgezegd zouden we nooit zo gek zijn geweest deze berg te willen bedwingen, maar nu hij eenmaal bij de route hoort, zullen we ons niet laten kisten. Het is geen excursie, het is De Weg! Ultreija!

De weersvoorspelling voor Villafranca beloofde 26 graden beneden, maar dat gaan wij boven gelukkig niet halen. De lichte motregen die ons op bepaalde hoogte ten deel valt, nemen we op onze bezwete lijven dankbaar in ontvangst. We zijn letterlijk met ons hoofd in de wolken.

Op een gegeven moment moet ook Jacques gaan lopen. Zijn versnelling gaat kraken bij de lichtste stand. Om die reden fietst hij me op andere steile hellingen altijd in z’n op één na lichtste versnelling voorbij: “Kom op vrouwtje, tempo!” zegt hij dan vrolijk, waarop ik steevast antwoord: “Niet zeggen Jacques, ik wil m’n krachten spreíden!”.
Zowel lopend als fietsend hebben we hier een snelheid van minder dan 5 km per uur en ik fiets onderhand ook nog eens op m’n tandvlees. De fiets lopend met bepakking omhoog duwen, zoals Jacques doet, vind ik geen optie. Dat trekt te pijnlijk aan m’n kuitspieren. Fietsen gaat heus wel, áls ik maar goed m’n best doe! En dat dóe ik.

Op een ‘servicio peregrinos’ auto na is er gelukkig geen verkeer. Dat betekent dat we niet bang hoeven zijn voor auto’s die onverwachts de bocht om komen en dus maakt het niet zoveel uit of we slingeren. Die servicio schijnt pelgrimsbepakking heen en weer te brengen en zal heus wel rekening met ons houden. Nu snappen we ook waarom we vanmorgen in de herberg rugzakken met labels hebben zien staan.

Dan kom ik op het idee om het laatste stuk laverend te befietsen en dat gaat boven verwachting! De weg is maar één baan breed, genoeg om de gemeenste hellingshoek nèt de kop af te snijden. Op het asfalt staat te lezen: ‘YOU’, 25 meter verder: ‘CAN’, weer 25 meter verder: ‘DO’ en tot slot: ‘IT!’. Dacht ik het niet? De beuk erin! ‘Yes we can!’ Ook Jacques fietst het laatste stuk met de nieuwe techniek, laverend over de weg.

Eenmaal boven zien we pas hoe hoog we geklommen zijn. Daar staan we dan ‘on top of the world’. We kijken over alle omliggende bergen heen en zien in de peilloze diepte, prachtige groene dalen. Ondanks de mist die om onze hoofden hangt, is het uitzicht verpletterend mooi. Ik wil dit nooit vergeten, maar hoe kan ik me daarvan verzekeren? Dít is het moment, de apotheose. Woorden of foto’s zullen altijd tekort schieten, dus kijk ik nú zover ik kijken kan!

Tot onze verbazing staan er boven héél veel auto’s en is het heel druk in het gerestaureerde, middeleeuwse dorpje Cebreiro. Aan de andere kant van de berg leidt een autoweg hiernaartoe. Deze bergtop is een toeristische attractie, en terecht!

Om op krachten te komen nemen we een warme pelgrimsmaaltijd.
De echte afdaling zal nog even op zich laten wachten, maar áls hij dan komt, duurt hij maar liefst twaalf kilometer lang! Hahaaaaa, dát hebben we wel verdiend. Jacques en Ien, grupo sportivo. Het asfalt is mooi glad en zo kunnen we al rustend op onze fiets nog kilometerslang van prachtige, weidse en groene vergezichten genieten . Onze hoofden komen al snel ónder het niveau van de wolken en het uitzicht wordt helderder. De verraderlijke wind, waarvoor het routeboekje waarschuwt, komt inderdaad als we een hoek om gaan. Dat maakt onze afdaling alleen maar nog intenser. Onze windjasjes fladderen wild en de wind giert rond ons hoofd. We lijken wel parachutisten. Al fladderend rijden we zó onze overnachtingsplaats in, waar we een grote, romantische tweepersoonskamer reserveren. Eventjes een heerlijk luxe na deze belevenis. Zo kunnen we alles goed laten bezinken en zal het gemijmer niet ten onder gaan in het geroezemoes van de meute.

Maandag 12 september Triacastela - Melide (86 km)
De laatste herberg
Het was heerlijk die zaal van een kamer. We hebben er dan ook uit gehaald wat eruit te halen viel. Ik ben ’s avonds niet meer de straat op geweest, heb heerlijk gedoucht, tukkie gedaan en gelummeld.

‘s Morgens dalen we meer dan we moeten klimmen. Dat is zeker nog het restant van de berg van gisteren. Maar ’s middags moeten we er weer aan geloven. En met klimmen heb ik het na gisteren wel even gehad. De heuvels zijn helaas onverbiddelijk en ik heb geen keus, dus geef ik me maar weer over.

Onderweg komen we door kleine authentieke dorpjes waar oude boertjes en boerinnetjes op een middeleeuwse manier hun laatste dagen lijken te slijten. Koeien worden over de weg gedreven. Oude vrouwtjes lopen met een emmer in de hand en met kromme rug over paden met keien. Oude, pittoreske kerkjes sieren het dorpshart. Het is net een historische film.

Het laatste deel van de route volgt over een drukke weg. Melide wordt onze laatste overnachtingsplaats voordat we Santiago zullen bereiken. Nog één keer willen we de smaak van de pelgrimsherberg proeven, dus kiezen we voor een eenvoudige overnachting. Toch is de sfeer deze keer anders. Er is een aantal pelgrims dat alleen het laatste deel van de route doet, omdat 'de Camino' mooi staat op het cv. Er zijn veel mountainbikers met een klein rugzakje: de neppelgrims. En dat merk je ’s avonds in de slaapzaal, waar een groep mensen om een uur of tien lachend en hard pratend de rust verstoort, terwijl de helft van de pelgrims al op één oor ligt. Dit hoort óók bij de Camino.

Albergue municipale, Calle San Antonio, Melide (€ 5,- p.p. zonder ontbijt).

Dinsdag 13 september Melide - Santiago de Compostela (66 km)
Het eindpunt van de Camino
’s Morgens is het rustig in de herberg. De druktemakers van gisteravond zullen hun slaap nu wel nodig hebben. Om 8:00 uur moet iedereen weg zijn, zo ook wij.

We ontbijten in het café waar we gisteravond gegeten hebben. Voor de laatste fietsdag kopen we geen verse waar meer in. Geen yoghurt, geen kaas, geen fruit. Bij de banketbakker halen we gewoon wat lekkere kant-en-klare koffiebroodjes voor de lunch en een fles vruchtensap. De laatste loodjes . . we gaan nog veel klimmen.

Onderweg zien we een bekende tandem voor een café staan. En dan komt Guido naar ons toe, uit het café waar hij met Christiane net wat zit uit te rusten met een glaasje fris. Hij biedt ons ook een glaasje aan. Nog even een paar foto’s en dan weer op weg. Ze hebben geen tijd te verliezen. Wij volgen.

En achter hen fietsend, raak ik geroerd door wat ik zie: die lange, zwaarbepakte tandem met een bagagekarretje er nog eens achteraan, op de bagagedrager een klein zwart hondje in een mandje, een handdoekje eroverheen tegen de zon en dan twee zwoegende mensen: de tengere, slechtziende Christiane, geheel vertrouwend op de ogen en de sterke benen van haar man Guido, die hevig slingerend van links naar rechts - anders trekt hij het niet - over de drukke rijbaan tegen de steile helling optornt, de achteropkomende auto’s schijnbaar negerend. Guido zal wel denken: ons kunnen ze niet over het hoofd zien. 1 + 1 kán 3 zijn, maar zij maken saampjes 4!

We verliezen het stel uit het oog bij onze lunchpauze op een bankje langs de weg.
De laatste loodjes vallen me zwaar. Jacques is daarentegen goed in vorm. Alleen de huid van z’n bibs is de laatste tijd wat rood geïrriteerd. Daar hebben we verzachtende lipbalsem voor bedacht, die goed schijnt te helpen. En af en toe trekt hij twee zeembroeken over elkaar aan, net als vandaag.
Voor mijn ‘kwaal’ valt niets te bedenken. Op de allerlaatste dag schrééuwen mijn benen erom nu eindelijk eens met rust gelaten te worden. Maar daar wordt geen gehoor aan gegeven door de bazin. Die wil zo snel mogelijk naar Santiago. De kathedraal staat bovenop een steile berg in de oude binnenstad. De laatste klim moeten we lopen. En dan komen we op het grote plein, waar veel mensen zijn, waar muziek klinkt en waar het gezellig is. We zijn er! Na 40 dagen zijn we er! Het was mooi, het was indrukwekkend, het was onvergetelijk, het was alle moeite waard!


Prayer of La Faba

Although I may have travelled all the roads,
Crossed mountains and valleys from East to West,
If I have not discovered the freedom to be myself,
I have arrived nowhere.

Although I may have shared all of my possessions,
With people of other languages and cultures,
Made friends with Pelgrims of a thousand paths,
Or shared albergues with saints and princes,
If I am not capable of forgiving my neighbour tomorrow,
I have arrived nowhere.

Although I may have carried my pack from beginning to end
And waited for every Pelgrim in need of encouragement,
Or given my bed to one who arrived later than I,
Given my bottle of water in exchange for nothing;
If upon returning to my home and work,
I am not able to create brotherhood
Or to make happiness, peace and unity,
I have arrived nowhere.

Although I may have seen all the monuments
And contemplated the best sunsets;
Although I may have learned a greeting in every language
Or tasted the clean water from every fountain
If I have not discovered who is the author
Of so much free beauty and so much peace,
I have arrived nowhere.




Een paar bijzondere ontmoetingen (bijdrage Jacques)
1) In Nederland en België hebben we geen collega-pelgrims ontmoet.
Op maandag 15 augustus passeren we voorbij Compiègne, Frankrijk een Belgische fietser.
We stoppen en vragen of hij ook richting Santiago gaat en zo ja waarom?
Hij heet Benny Biesmans en vertelt dat hij twee jaar geleden zijn vrouw (48 jaar) thuis dood aantrof; zware herseninfarct en direct overleden. Hij doet nu voor de tweede keer de Camino en verbindt er deze keer een sponsoractie aan www.5000kmtegenkanker.be . We spreken af dat we elkaar zullen treffen bij de volgende refuge in La Boissiere-en-Thelle.
Benny kan het niet vinden (zie zijn blog van 15 augustus); wij wel dank zij TomTom :).
Hij heeft inmiddels al zo’n € 2.200,- bij elkaar gefietst!

2) Op donderdag 18 augustus ontmoeten we in de jeugdherberg in Chartres een zekere Jacques, mijn naamgenoot :).
De avond ervoor zijn we om een uur of zeven aangekomen.
Op de deur van de jeugdherberg hangt een briefje van de Club Jacquaire, die in café-restaurant Serpente tegenover de kathedraal een ontmoetingsplaats biedt voor pelgrims.
Er staan zes mensen met telefoonnummers op het lijstje. De eerste van het lijstje heet Jacques. Ik bel hem. Hij heeft geen tijd of geen zin om nog naar het café te gaan, maar wil de andere dag naar de jeugdherberg komen. (Ben zelf nog wel even een afzakkertje gaan halen ;-)
Hij is een half uur eerder. Een jaar of tien geleden is hij van Chartres te voet naar Santiago gelopen. Zijn motivatie was om het verlies van zijn zoon te verwerken.
Hij is 68 en maakt een breekbare indruk. Hij vertelt dat hij net geopereerd is aan leverkanker.
Hij regelt een slaapplaats voor de volgende dag in Vendôme bij een ouder echtpaar en geeft ons nog een paar raadgevingen.
Vertrouw op de Camino en niet zo zeer op je TomTom e.d. ;-). Alles regelt zich vanzelf.
Dat hebben we gemerkt. We hebben ons nooit over onze slaap plaatst duk gemaakt; het was bij aankomst in een plaats meestal binnen een half uur geregeld.
Rust voordat je te moe bent, drink voordat je te dorstig bent en eet voordat je te veel honger hebt.
Hij noemt zich “L’assistent de Saint Jacques” (assistent van apostel Jacobus) , grappig, het staat ook op zijn stempel die in hij in ons pelgrimspaspoort zet :).

3) In Frankrijk maken we ook even kennis met een gezin: vader, moeder en drie kinderen (ca.16-18 en 20), die vanuit Nederland op weg zijn naar Tours zo’n 850 km. De derde keer dat we ze tegenkomen heeft dochter een lekke band .

4) In Triacastela, Spanje maak ik, wachtend op een ‘bocadillo’ kennis met een wandelaar van een jaar of zestig. Hij zou samen met zijn broer de Camino doen, maar helaas heeft zijn broer een herseninfarct gehad en moest daarom afhaken.
Hij heef bij Cruz de Ferro een steen namens zijn broer neergelegd; voor hem een ontroerend moment.

5) Een Belgische dame van ca. 70, spreekt ons in Les Landes (Fr.) aan. Zij is op de fiets op de terugweg van Santiago naar België en geeft ons de tip om de kathedraal in Santo Domingo (van de kip en de haan) te bezoeken en om in de albergue in El Ganso te overnachten. Beide tips hebben we natuurlijk opgevolgd :). Zij zit keurig aan de kant van de weg te picknicken en is gekleed in een rok omdat ze zin heeft wat anders aan te trekken dan fietskleding :). Waarom niet, misschien omdat het zondag is.

6) Lorenzo (ca. 25) uit Italië, waar we samen mee eten in El Ganso.
Hij is architect en tekent alles wat hij de moeite waar vindt. Hij toont ons zijn schetsboek met prachtige tekeningen, zoals o.a. het prachtige paleis van Gaudy in Astorga.

7) Een Belgisch echtpaar van een jaar of 40 op een tandem met een aanhangkarretje. Hij heet Guido en zijn vrouw Christiane zit achter en is bijna blind. Ook het hondje is mee en zit in een mandje op de bagagedrager. Als ik vraag hoe hard hij maximaal een berg af is gegaan is dat 85 km/uur!! Die durft. Hij is zelf wel een geoefend fietser en heeft o.a. aan de Amstel Gold race meegedaan.

  • 16 September 2011 - 10:02

    Annabel:

    Lieverds, congratulations and celebrations......Geweldig, wat een juweel aan ervaringen en wat een mooi gedicht aan het eind! Ik hoop, jullie gauw weer te zien op dit ondermaanse! (Gisteren voor de intake naar Special Sports geweest. Fantastisch!)Kus en omhelzing voor jullie van Annabel.


  • 16 September 2011 - 19:20

    Marianne:

    Welkom thuis stoere broer en schoonzus. Wat een pracht eindverslag en heb steeds genoten van jullie gedeelde ervaringen.
    Ik heb de verslagen ook opgestuurd naar Cecile, die er erg van genoten heeft en aan Jilles liet lezen.

    Nu zie jullie binnenkort graag in levende lijve. Geniet hier weer van jullie eigen stulpje en neem de tijd om alles te laten bezinken.
    Dikke kus en tot ziens,
    Marianne


  • 17 September 2011 - 09:02

    David:

    Hé Kanjers!

    Chapeau, chapeau, bien fait!!! :-D
    In één keer gehaald! Hoop dat jullie een goeie vlucht hebben gehad en dat jullie goed zullen uitrusten van alle inspanningen. Het was heel leuk om jullie te volgen. Kom lekker bij en tot heel snel!!


  • 18 September 2011 - 05:33

    Frans:

    Gefeliciteerd !!!!!!!! Wat een toffe ervaring. Nu lekker nagenieten. Tot gauw,

    Frans


  • 18 September 2011 - 11:00

    Ineke Van Staaveren:

    lieve pelgrims,

    het is volbracht. Wat een prachtige verhalen, mooi beschreven ook! Ik herkende veel (vanaf Burgos) en was weer even terug op mijn eigen pelgrimspad. Wat een bijzondere reis hebben jullie gemaakt. Thuis werkt zoiets nog weken/maanden door. Ook de heimwee zal wel om de hoek komen kijken. Je leeft toch in een aparte wereld, he.
    O ja, de deur op Bakkum is gemaakt. Bedankt.

    hartelijke groet Ineke


  • 18 September 2011 - 20:37

    Erna:

    Nu ik het laatste deel van jullie verslag las, zijn jullie inmiddels weer thuis. Bedankt, dat ik mee mocht genieten van jullie tocht; van de met veel gevoel beschreven ervaringen; van het prachtige gedicht en de waardevolle ontmoetingen die jullie hadden met mensen.
    Een ervaring die jullie samen beleefd hebben en die je de rest van je leven bij zal blijven.
    Hartelijke groet uit Driebergen.

Reageer op dit reisverslag

Verslag uit: Spanje, Santiago de Compostella

Voor de kathedraal van apostel Jacobus/St. Jacques/St. James/Apostol Santiago de Compostela

Actief sinds 04 Aug. 2011
Verslag gelezen: 6076
Totaal aantal bezoekers 22661

Voorgaande reizen:

08 Augustus 2013 - 30 Augustus 2013

Langs Oude wegen naar Vézelay

05 Augustus 2011 - 17 September 2011

Mijn eerste reis

Landen bezocht: